Print
Chocoladetruffels
Chocoladetruffels zijn pure chocolade, room en een vleugje likeur — niets meer. Je smelt mooie couvertures, kloopt room erdoor, laat afkoelen en vormt bolletjes. Elk truffel krijgt een coating van poedersuiker, cacaopoeder of fijne noten. Dit is vakwerk: chocolade moet glanzend en glad zijn, vanbinnen fluweelzacht. Maak ze dagen van tevoren en bewaar ze koel. Perfect voor je dessertmenu, petit fours, of als elegante add-on bij de koffie.
- Doe de chocolade in een kom. Snijd de boter in kleine blokjes en laat op kamertemperatuur komen. Kook de room met de glucose en gluhwein.
- Giet de room op de chocolade. Voeg de boter en de cognac toe aan het mengels en meng goed door tot de chocolade gesmolten is.
- Koel daarna terug.
- Knijp met een kleine ijsknijper balletjes van de chocolademassa. Draai er balletjes van.
- Zet ze koud.
- Smelt voor de garnering de chocolade. Meng de kaneelpoeder met de poedersuiker.
- Dip de balletjes in de chocolade en daarna in het kaneel-suikermengsel.