Print
Panna cotta met kefir en gelei van citroengeranium en rabarber
Panna cotta staat en valt met room: voeg gelatine voorzichtig en geleidelijk toe aan warme room, zet nooit rechtstreeks op hitte omdat het breken veroorzaakt. Laat het afkoelen tot kamertemperatuur voor het de vorm in gaat. Kefir voegt zuurte toe die tegen rijkheid van room werkt; citroengeranium en rabarber gelei brengen frisheid. Dit voorgerechtje is perfect voor restaurants die klassieke technieken met moderne flavours mengen.
- Laat de gelatine ca. 5 min. weken in koud water.
- Verwarm in een pan de slagroom, suiker, vanillezaadjes en -stokjes langzaam tot het kookpunt. Haal de pan van het vuur, verwijder het vanillestokje en voeg de zacht geworden gelatine toe aan het warme mengsel. Giet het romige mengsel in een kom en laat afkoelen tot kamertemperatuur. Roer de kefir er vervolgens beetje bij beetje doorheen.
- Verdeel het romige mengsel in kleine vormpjes en zet ze afgedekt minstens 6 uur, maar liever een nacht in de koelkast.
- Doe de rabarber, suiker, citroensap en citroengeranium in een zak en trek die vacuüm. Doe de zak in een pan en laat ca. 15 min. zachtjes koken. Laat de gelatine ca. 5 min. weken in koud water.
- Zeef het sap en doe het (ca. 2 dl) in een pan. Smelt de gelatine, roer deze door het sap en laat het afkoelen tot ca. 30 °C. Giet de gelei voorzichtig in een dunne laag over de panna cotta. Laat minstens een uur afkoelen.
- Serveer de panna cotta met kleine stukjes tuile en eetbare bloemen.